Nieuws
Publicatiedatum: 28 juni 2021
Vroegpensioen

Vroegpensioen verschilt stevig per cao

Vijftien jaar lang kregen we te horen dat we langer door moeten werken. Om te zorgen dat werknemers dat ook echt doen, besloot het kabinet het vroegpensioen te beboeten. Inmiddels is dat verzacht en maken werkgevers en werknemers in de helft van alle nieuwe cao’s al weer afspraken over vroegpensioen. Ze verschillen sterk per cao: van drie jaar eerder met pensioen voor iedereen, tot alleen een ‘studie’ naar vroegpensioen. En van regelingen voor specifieke leeftijden tot alleen zware functies. Dat meldt de Volkskrant op 23 juni.

Verschil per cao

De verschillen zijn stevig. Bij chemiebedrijf DSM mag iedereen met vroegpensioen, bij pensioenuitvoerder PGGM alleen de werknemers die geboren zijn tussen 1955 en 1962. In de cao voor verpleeg- en verzorgingshuispersoneel en thuiszorg is er vroegpensioen voor iedereen die minimaal 45 jaar in de sector heeft gewerkt. Politiemensen mogen na 25 jaar in een ‘zware functie’ met vroegpensioen, net als de werknemers in de bouw.

Wat is de vroegpensioenregeling?

Het vroegpensioen is wel minder riant dan 15 jaar geleden. De overheid stelt er strenge regels aan. Tussen 1 januari 2021 en 31 december 2025 mogen werkgevers aan oudere werknemers, die minder dan 3 jaar van hun AOW-leeftijd zijn verwijderd, een boetevrij vroegpensioen uitkeren van ten hoogste € 1.847 per maand. Over het meerdere moet wel de vroegpensioenboete of RVU-heffing van 52% worden afgedragen. De regels staan uitgewerkt in een handreiking die het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) samen met de Stichting van de Arbeid heeft opgesteld.

Uitgelicht
Uitgelicht