Nieuws
Publicatiedatum: 10 november 2020
Werknemer

Hoge Raad legt bom onder status zzp-ers

Heeft uw organisatie zzp’ers ingehuurd voor een opdracht of voor tijdelijk ondersteuning? Dan is niet het afgesloten contract van belang, maar de werkelijke aard van de werkzaamheden bij de bepaling of er eigenlijk toch niet sprake is van een arbeidsovereenkomst. Dat oordeelde de Hoge Raad op 6 november 2020 in een zaak tussen de gemeente Amsterdam en een participatiemedewerker.

Participatie

De zaak ging over een vrouwelijke medewerker met een uitkering. Zij was een aantal maanden werkzaam bij de servicedesk van de gemeente. Ze deed dat onbetaald met behoud van uitkering, om haar kans op terugkeer naar de arbeidsmarkt te vergroten. Maar collega’s met hetzelfde werk hadden wel een arbeidsovereenkomst, dus eiste zij die ook. Eerdere sprak de kantonrechter nog uit dat er geen sprake van een arbeidsovereenkomst was, omdat dit nooit de bedoeling was geweest en er andere afspraken waren gemaakt. Maar de Hoge Raad is het hier niet mee eens. Zij oordeelt dat de praktijk op de werkvloer – doet iemand hetzelfde werk als een ‘gewone’ werknemer – bepaalt of er een arbeidsovereenkomst is.

Zzp’er

Deze uitspraak kan enorme gevolgen hebben voor zzp’ers. Weliswaar ingehuurd voor een opdracht of voor een tijdelijke toename van extra werk, maar als de praktijk op de werkvloer uitwijst dat voor hen dezelfde afspraken gelden als voor reguliere werknemers, dan kan de rechter dit zien als ‘verkapte werknemers’. In de zaak tussen de gemeente Amsterdam en de vrouwelijke participatiewerknemer heeft de Hoge Raad de gemeente nu veroordeeld tot het betalen van het salaris van de werknemer, wat neerkomt op een bedrag van € 2.200.

Uitgelicht
Uitgelicht