Checklists
Laatst gewijzigd op: 8 januari 2021
Werknemers

PV, PVT of OR?

De omvang van uw organisatie bepaalt de vorm van de medezeggenschap. Werken er in uw organisatie 50 of meer werknemers, dan moet er in principe een ondernemingsraad (OR) zijn. Werken er minder dan 50 werknemers dan kan er een OR zijn, maar dat is niet verplicht. U komt dan uit op een personeelsvertegenwoordiging (PVT) of een personeelsvergadering (PV). Deze stelregel geldt in principe voor alle organisaties in Nederland, behalve voor defensie en een deel van de onderwijssector. Hoe zit het precies tussen OR, PVT en PV?

 

Instelling

De instelling van een medezeggenschapsorgaan is als volgt wettelijk geregeld:

  • PV: Voor organisaties waar tussen de 10 en de 50 werknemers werken en waarvoor geen OR of PVT is ingesteld, geldt de wettelijke verplichting om een personeelsvergadering te houden. (artikel 35b Wet op de ondernemingsraden, WOR).
  • PVT: Voor organisaties tussen de 10 en 50 werknemers geldt de verplichting van het instellen van een PVT als de meerderheid van de werknemers dat wil (artikel 35c, lid 1 en 2 WOR). Als een organisatie minder dan 10 werknemers heeft, kan er toch een PVT zijn als dat bijvoorbeeld in de cao is geregeld. De bevoegdheden zijn wel minder dan bij een ‘normale’ PVT (artikel 35d WOR).
  • OR: Het uitgangspunt van de Wet op de ondernemingsraden (WOR) is dat iedere organisatie waar ten minste 50 werknemers werkzaam zijn een eigen OR moet hebben. Als er minder dan 50 werknemers zijn, dan kan de bestuurder vrijwillig een OR instellen (artikel 2, lid 1  WOR).

Als het aantal werknemers daalt dan heeft dit niet meteen gevolgen voor het type medezeggenschapsorgaan in uw organisatie. Pas bij de eerstvolgende verkiezingen wordt gekeken naar het aantal werknemers. Bij een stijging van het aantal werknemers tot 50 of meer, is het verplicht om direct een OR in te stellen.

Let op: de WOR gebruikt een ruime definitie van het woord ‘werknemer’: ‘degenen die in de onderneming werkzaam zijn krachtens een publiekrechtelijke aanstelling bij dan wel krachtens een arbeidsovereenkomst met de ondernemer die de onderneming in stand houdt’.

Aantal leden

Het aantal leden voor een ondernemingsraad staat in de wet:

  • bij minder dan 50 personen zijn er drie leden;
  • bij 50 tot 100 personen zijn er vijf leden;
  • bij 100 tot 200 personen zijn er zeven leden;
  • bij 200 tot 400 personen zijn er negen leden;
  • bij 400 tot 600 personen zijn er 11 leden;
  • bij 600 tot 1.000 personen zijn er 13 leden;
  • bij meer dan 1.000 komen er twee leden tot elke volgende duizendtal, tot een maximum van 25 leden.

Een PVT telt ten minste drie leden, maar kan er meer hebben. Dat laatste kan alleen als de bestuurder ermee instemt. De PV heeft geen ledenaantal. De personeelsvergadering is een bijeenkomst van de bestuurder met het voltallige personeel.

Onderwerpen

Welke onderwerpen bespreekt u voor elk van de medezeggenschapsstructuren?

  • PV: Met een PV bent u alleen verplicht te overleggen over onderwerpen die de organisatie en de positie van de werknemers betreffen. Minimaal één keer per jaar moet in een vergadering met werknemers de algemene gang van zaken van de organisatie worden besproken. Werknemers worden geïnformeerd over de werkzaamheden en resultaten van het afgelopen jaar en de verwachtingen voor het komende jaar.
  • PVT: De PVT kan ook alle onderwerpen op de agenda zetten. Ten minste één keer per jaar wordt de algemene gang van zaken besproken. Het gaat dan om de resultaten van afgelopen jaar en de verwachtingen voor het komende jaar.
  • OR: De OR kan over alle onderwerpen met de bestuurder praten die de organisatie aangaan. Minimaal twee keer per jaar bespreekt de bestuurder de algemene gang van zaken in de organisatie met de OR, het zogenaamde artikel 24-overleg, naar het gelijknamige wetsartikel.

Let op: als er in de cao al bindende afspraken zijn gemaakt tussen werkgevers en werknemers over sommige onderwerpen, zoals verzuimbeleid, dan is deze regeling niet meer aan medezeggenschap onderhevig. De medezeggenschap kan dan nog wel over dit onderwerp met de bestuurder praten, maar zij kan bevoegdheden als instemmingsrecht niet gebruiken wanneer de bestuurder wijzigingen door wil voeren aan de hand van cao-afspraken, tenzij het gaat om een aanvulling boven op de cao-afspraken of een nadere invulling als de cao daarvoor nog ruimte biedt.

Kijk altijd in de cao of daar bepalingen in staan die extra bevoegdheden toekennen aan de medezeggenschap in uw organisatie. Soms zijn er extra rechten of bevoegdheden, soms ook moet er al een OR worden opgericht bij minder dan 50 werknemers.

Adviesrecht

Een van de belangrijkste rechten van de medezeggenschap is het adviesrecht. De bestuurder is verplicht sommige besluiten voor advies voor te leggen aan de medezeggenschap.

  • OR: Het adviesrecht is geregeld in artikel 25 lid 1 van de WOR. Daarin staan de onderwerpen waar de OR het adviesrecht over heeft. Globaal is dat het geval bij belangrijke reorganisaties, fusies en andere veranderingen op het terrein van personeel & organisatie. Ook bij het aantrekken van belangrijke kredieten heeft de OR adviesrecht.
  • PVT: De PVT heeft adviesrecht over voorgenomen besluiten over het verlies van arbeidsplaatsen of belangrijke veranderingen van de arbeid of de arbeidsvoorwaarden van ten minste een vierde van de werknemers van de organisatie.
  • PV: De bestuurder vraagt in de vergadering advies over voorgenomen besluiten met belangrijke personele gevolgen die ten minste 25% van het personeel raakt. Deze vergadering moet ten minste één keer per jaar worden gehouden. Dat kan vaker als ten minste een vierde van de werknemers hierom met opgave van redenen verzoekt.

Instemmingsrecht

Een ander belangrijk recht is het instemmingsrecht. De bestuurder mag sommige voorgenomen besluiten alleen uitvoeren na instemming van de medezeggenschap.

  • PV: De personeelsvergadering heeft geen instemmingsrecht.
  • PVT: De PVT heeft instemmingsrecht over werk- en rusttijdenregelingen en over arbeidsomstandigheden, ziekteverzuim en re-integratiebeleid.
  • OR: Het instemmingsrecht van de OR is geregeld in artikel 27 lid 1 WOR. De OR heeft in hoofdlijnen instemmingsrecht over regelingen die te maken hebben met personeelsbeleid, sociaal beleid, werktijden en arbeidsomstandigheden.

Informatierecht

Naast het advies- en instemmingsrecht is er ook het recht op informatie. De bestuurder is verplicht sommige informatie aan de medezeggenschap te verstrekken.

  • PV: Als de bestuurder verplicht is een jaarverslag te publiceren, dan moet dit jaarverslag in de Nederlandse taal vooraf ter inzage liggen voor het personeel. Verder moet u over informatie beschikken om advies te kunnen geven.
  • PVT: De PVT heeft recht op informatie. De bestuurder moet alle informatie verschaffen die de PVT voor de vervulling van zijn taken nodig heeft. De bestuurder is echter niet verplicht om deze schriftelijk te geven. Als hij verplicht is een jaarverslag (winst- en verliesrekening plus balans) te publiceren, dan moet hij deze stukken in de Nederlandse taal aan de PVT verstrekken.
  • OR: De OR heeft recht op de informatie die zij nodig heeft om onderwerpen die de organisatie aangaan te bespreken. Uw OR moet wel aangeven waarvoor zij de gegevens nodig heeft. De bestuurder is verplicht om de gegevens te verstrekken.

Faciliteiten

Medezeggenschap is meestal alleen te organiseren als er bepaalde faciliteiten geregeld zijn. De wet bepaalt dat daar ook recht op is.

  • PV: De personeelsvergadering heeft geen rechten op faciliteiten en scholing.
  • PVT: De PVT heeft in de regel dezelfde faciliteiten als de OR, behalve dat er geen minimaal aantal scholingsdagen per jaar is geregeld.
  • OR: Er is in artikel 17 geregeld wat de faciliteiten van de OR zijn. Zo mag de OR vergaderen in werktijd en technische en administratieve voorzieningen gebruiken waarover de bestuurder kan beschikken. OR-leden hebben recht op doorbetaling van de uren voor overleg en scholing. Ieder OR-lid heeft minimaal vijf scholingsdagen per jaar. Voor OR-commissies geldt een minimum van drie scholingsdagen.
Uitgelicht
Uitgelicht